Activiteiten & Actueel

Zomerfeest

Och eerst nog maar stukje lente. Dan heb ik tijd om de planten in de grond te zetten. Dat moet met aandacht, waar zal ik je planten, zodat ik volgend jaar dat niet weer opnieuw hoef te doen. De zakjes Cosmea gaan in potjes en in de grote grijze vierkante potten zaai ik vele kleuren Oost-Indische-kers. Dat moet al een zomerfeest worden.

Eerst is het nog even wennen om zo dicht op mijn tijdelijke buur te wonen. Op deze zonnige zondagmorgen is het bladblazen van de grote eiken die voor het huis staan aan de beurt. En alle machines maken herrie en ik zit er vlak naast! Ik zit lekker in de zon en lees mijn groenblad en moest al erg lachen om de gelukkige tuinman die Wim Sonneveld zijn lied aanhaalde: “Alleen de bomen dromen, hoog boven 't verkeer” nou niet alleen de bomen, ook ik zit te dromen en maak aantekeningen welke planten zal ik straks in mijn stadstuin zetten? Een mooie Amberboom zoals in mijn vorige tuin zal ik missen. Tien jaar lang zou ik tegen een kleine boom aan kunnen kijken maar ik kan een volgende bewoner niet aandoen in een grote schaduwtuin te zitten met een boom die van z'n leven niet weg te krijgen is. Moet maar vaak langs mijn Ambers fietsen en ze even groeten...

Ik hou het nog maar even bij klein en gemakkelijk. En ik krijg er weer zin in. Heimwee naar ‘Gijs’ die het gras zo mooi kort houdt. Die steeds vlak voor mijn voeten kwam maaien terwijl ik net op de knietjes lag en niet zo rap meer overeind kom. Van klompen op de punt in de grond en zonder je handen te gebruiken hup overeind en staan, tja dat is geweest. Gelukkig zijn er stevige emmers en harkjes om me op te helpen!

En regen! Bij bakken uit de lucht en soms een hele dag. Vandaag kletterde het zo hard dat er wel zeker hagel tussen zat. De weerman had nog nooit zulke harde wind meegemaakt. Mooi tijd om mijn bloemzaadjes op te schrijven die ik heb. De nieuwe, net besteld van Groei en Bloei, ga ik morgen zaaien. Gemengde Dahlia Bishop's Children met donker blad. Dat moet straks toch mooi worden in mijn tuin. De rest moet maar wachten tot in de nieuwe woning.

Het is een smalle strook wat de buur en ik samen langs het huis hebben. In het midden begint met een Hamamelis. Daarna Prunus en grote bos Hydrangea. Die snoei ik terug op een koninginnenknop. Twee blaadjes aan de zijkant als troon en de koningin in het midden. Dan staat er Corydalis en een witte sering met er onder veel gekleurde klimop. Valt niks van te zeggen daar groeit geen onkruid. In het stuk dichter bij de straat staan Geranium, Muurbloem en Digitalis. Nog genoeg lege plek om er Hemerocallis tussen te zetten en de witte slaapmutsjes te zaaien.

Hier in het Lochemse hebben we prachtig weer. Ik ben bezig twee coniferen er uit te spitten. Gelukkig wortelen die niet diep en heb ze na een half uur flink scheppen eruit! Dan een grasrand afsteken om een strook border te krijgen. Niet te groot en ik ben weer grastossen aan het schuddebuikje! Dacht nog zo dat ik daar wel van af was! Ik zie, omdat ik op de knietjes lig en er onder kan kijken, dat de Kronkelhazelaar wilde rechte scheuten omhoog heeft. Daar moet ik met een zaag bij. Eerst maar die grote pol Annabelle onderhanden nemen. Die gaat eruit! Gezien haar houtige stengels is ie wel 10 jaar en zij zit dan ook verhipte vast in de aarde. Maar het is gelukt!

De zomer gaat gestaag en niet zoals ik met open ogen zat te dromen! Drie keer verhuizen in acht maanden vergde veel energie die ik eigenlijk niet had. Mijn dromen net als Wim Sonneveld spookten door mijn hoofd met een verwaarloosde stadstuin die totaal niet te vergelijken was met waar ik zesendertig jaar heb zitten tuinieren. Bijna geen bloeiende bloemen. Groene domme tot bollen geknipte struiken die ik iedere morgen stil van binnen zit uit te schelden. Ja, je moet wat om staande te blijven. Ook dacht ik iedere keer aan, toen ik net voor mijn schouder naar fysio ging, en hij mij tartte met de woorden: "en zit Doornroosje al goed achter de heg, kon je er wel door komen naar hier? Kom je al om in het onkruid?" Een zuur lachje kon er van af maar werken in de tuin was er toen nog niet bij. En nu loop ik rondje in mijn stadstuin en 'voel' me Doornroosje, want de hoge heg is nu echt rondom en daar moet ik aan wennen. Het heeft tijd nodig. Het is toch zomer en ik blijf maar even in de zon dromen net als de bomen van Wim Sonneveld en probeer mijn Doornroosje gevoel er onder te krijgen!

Tuinvrouwtje. © Zomerfeest.2019. Ria Wittenberg.

Naar boven

Overpeinzing.

Lente...kriebels.

Nee, niet zoals een bakvis vol verwachting wat het leven je zal brengen, maar mijn vingers jeuken om in de aarde te wroeten. Kleine plantjes op rij zetten en de zaadjes voor een zomer vol bloemen zaaien. Het voorjaar was het seizoen van mijn lief. Het uitbotten van de blaadjes aan bomen en struiken. Het groen in vele schakeringen. De vogels die vroeg in de ochtend zich weer laten horen. Hij had het altijd over het vele groen maar het was ook dat hij weer naar buiten kon rommelen op het erf. Hoe wij Meneer Eik groen zagen worden. En de Sequoia met zijn zachte naalden iedere dag zich verder omhulde met een wazig groen. De wilgen, Salix integra Hakuro Nishiki met hun mooie Japanse naam, rond oud jaar al geknot, die van knop ineens takken groen had. De heg van de beuk Fagus sylvatica deed het stiekem, die was ineens groen zonder dat je er erg in had, maar je oog er ineens op viel. Moesland glad harken en de aardappelen poten. Hoe onze zoon in een ver verleden met zijn linkerhand vanaf de kant probeerde hoever hij goed kon mikken dat de aardappel precies in het gat viel. Tot ergernis, maar we hebben er ook vaak om moeten lachen. En nu heb ik enkel heimwee naar een eigen stukje tuin waar ik me in kan verliezen. Het weer kunnen zien en voelen, hoe bloemen en struiken me vreugde geven. Maar nog steeds moet ik geduld hebben. Eerst maar weer eens fietsen richting mijn naamgenoot waar ik een stukje tuin te leen heb in haar prachtige voorbeeld borders. Vorige zomer voor de verhuizing heb ik daar de vele kleuren baardirissen en gewone irissen uitgeplant. Netjes op rij met naamkaartje erbij. Daarna ben ik er niet meer geweest. Maar die lente kriebel is er nu, dus ik ga kijken.

Geduld was het woord wat ik nieuwjaarsdag mee kreeg en ik was weer veel te haastig! Niks te kriebelen, oh, mijn plantjes! Hebben we nog even winter met vriezen in de nacht en een heerlijke zon overdag. Naar buiten in de vrieskou wandelen en fietsen in plaats van willen wroeten in de tuin. Kleindochter al op de schaats op de ijsbaan. We hebben 20 januari 2019 en Doorn is weer een van de eersten open. En het wordt even een flink wintertje. Tien centimeter sneeuw, een mooie stille wereld om van te genieten. Maar komende nacht die minimaal tien graden vorst en mijn plantjes in een open prieel. Ik heb even niet wat anders en ik kan ze echt niet in mijn kamer zetten maar mijn ziel doet pijn! Het blijft nog even kwakkelen met af en toe sneeuwbuien en grijze dagen. Veel grijze dagen!

De Chrysanten die in een pot staan beginnen uit te lopen. De grote tonnen met Agapanthus bekijk ik met argusogen. Zij hebben aan het randje van het prieel gestaan met die toch wel even fikse nachtvorst. Een koude behandeling hebben ze nodig maar ik ga aardbeien mest halen en dan eens kijken of er groei in zit. Het is nog vroeg, 17 februari maar zo’n lekkere zon en dan in een prieel zitten. Ik krijg de kriebels om al die potten te schonen. Toch maar even geduld hebben...De eerste officiële lentedag...moet niet gekker worden.

Kriebels, ja, het voorjaar maar eerst moet ik verhuizen en mijn handen jeuken. Er is een nieuwe tuin, mijn tuin en niks keurig aangelegd. Ja, wel de ronde terrassen en ik kijk en broed als ik een rondje loop, wat zal ik doen? Wat ik heel goed weet is dat al die grote coniferen eruit gaan. Bloemen moeten erin. Mijn Hemerocallissen, de Irissen en Geraniums die nu nog logeren. De grassen en Dahlia's en maar hopen dat de slakken niet in de stad wonen!

Ja, ik ben als een grijze bakvis, een eigen huis, een nieuwe tuin en vol verwachting wat het leven mij brengt...

Tuinvrouwtje. Lente...kriebels! 2019 .© Ria Wittenberg.

Naar boven

 

Overpeinzing

Een beetje vorst aan de grond, dat begon al vroeg. In die week was het poot aan werken en de potten met Hemerocallissen die ik zo verwoed er in geplant had moesten onderdak en uit de nattigheid, als die zou vallen. Dat lukt goed met hulp van een steekwagen. Ook de hoge potten waar ik nog bijzondere vaste planten in heb ook onder dak in het open prieel en afwachten wat het voor winter gaat worden en hoe ze het overleven. De Chrysantjes die erin staan bloeien mooi! Alleen de Salvia's in paars en de Hot lips gaan de garage in. Die kunnen geen vorst verdragen en mocht het heel erg gaan vriezen dan staan ze dicht bij en mogen ze in de bijkeuken logeren voor korte tijd. Zo links en rechts wordt me wel toe gefluisterd, of ik wel wijs ben met zoveel werk! dat er nog zat plantjes te koop zijn als ze dood gaan. Maar voor een echte tuinvrouw die dat zelf ook wel kan bedenken, is dat niet hetzelfde. Hoe vaak heb ik ze niet in handen gehad en verzorgt. Kom op je krijgt nog een kans als ik een vers plukje van je af haal, dan moet je goed je best doen. En dan een volgende wied ronde staat ze daar jong, fris en groen me aan te kijken. Dat voelt alleen de echte tuinvrouw in mij.

Voorlopig zorgt een letterlijk en figuurlijk verdraaide knie ervoor dat ik me niet meer om tuinwerk bekommer. Mijn wintervoeten gaan op zoek... In een eerder column had ik het over hoe je in je leven samen met je lief op loopt, in de pas. Met het ouder worden gaat het soms niet meer samen en gelijk. De een gaat sloffen en de ander heeft een verdraaide knie! Maar nooit loop je alleen. Als voorbeeld was er die dag sneeuw. Het is de winter tweeduizend tien-tweeduizend elf. Een wandeling op de sneeuwrand. Het knerpen onder je voeten en op de ongerepte sneeuw de print van vogeltenen, hazen en verder in het bos de reeën. Goed blijven kijken en dan zijn er heel veel voeten en pootjes die met je meelopen. En de eerste sneeuw is er als ik in mijn eentje naar buiten ga voor een korte therapeutische wandeling. Vijftien december twee duizend achttien. Nog ongerept en de vogelpootjes staan er. Het hondje van de buren heeft ook al overal rondgesnuffeld. Onderweg de afdruk van een grote hond en die van zijn baas. Verder is er de stilte en het druppen van ijzel. Het jongetje op de hoek heb ik een kerstmuts voor een sneeuwpop in de brievenbus gedaan. Moet er wel nog meer sneeuw komen...

Geduld... zes letters... wat moet ik ermee? Dat woord kom ik de laatste dagen geregeld tegen. Als ik goed nadenk zelfs weken en kom ik aan de laatste drie jaren. Het is me aan vele kanten toegevoegd. Geduld. Waarom? Wat doe ik ermee? De trap op en af kan alweer. De Kerstdagen bij mijn kind was fijn. Ik wandelde in het park van de keizer. Lekker rustig en niemand die groet. Ik wel en dan zeggen ze wat terug. De bomen met hun turfachtige bast staan er nog. Het park van Huize Doorn wordt gerenoveerd. Ik wil hun Latijnse naam weten en informeer ernaar. Een aardige meneer weet het niet maar loopt mee om er een foto van te maken en ik krijg de naam toegestuurd. De drie bomen zijn de Sequoiadendron giganteum . Inheems in het westen van noord Amerika. De allergrootste in zijn soort. De zachte bast beschermt de boom tegen de daar natuurlijke bosbranden. De banden zijn aanknopingspunten voor verjonging van de soort. Als je er op drukt voelt het kurkachtig en vochtig aan. Hij behoudt  zijn naalden zag ik. De sequoia die ik in, niet meer mijn boerderijtuin, heb geplant is een naaldverliezende soort. 

Geduld... niet zo haastig... Zou dat lukken komend jaar? Dan moet je eens rustig naast een mammoet Sequoiadendron giganteum gaan staan... Je handen op zijn bast... al meer dan honderd jaar oud...

Tuinvrouwtje. Wintervoeten 2019.© Ria Wittenberg. 

Naar boven

Tuinvrouwtje

 

"Tuinvrouwtje"

Vanaf 2006 schreef ze vier keer per jaar, in Eigen Fleur en voor de website, onder het pseudoniem "Tuinvrouwtje"  een column over haar werkzaamheden in de tuin, en het plezier dat ze er aan beleefde. 

Ria Wittenberg, geboren en getogen in het Gelderse Laren. Na haar huwelijk kwam ze te wonen in Utrecht, waar haar man zijn werk had. In 1974 zagen zij kans om terug te keren naar de Achterhoek. Na acht jaar in Zutphen  kwamen ze in 1982 met hun kinderen te wonen op de boerderij in Armhoede. Daar werd naast het schilderen, het werken in de tuin de lust in haar leven. 

Na het overlijden van haar man, die als "mijn lief" nog al eens genoemd wordt, schrijft ze regelmatig over het veranderen in de tuin om het werk eenvoudiger te maken en leuk te houden. Maar het erf is te groot en de jaren gaan tellen. Met pijn in haar hart besluit ze om kleiner te gaan wonen. Een tijdelijk huis in Laren, tot ze het huis naar haar zin heeft gevonden.

De liefde voor alles wat groeit en bloeit, en de zin om te blijven schrijven, heeft haar besloten om te gaan schrijven over alles wat met natuur en tuinen heeft te maken.

Hieronder de laatste column over het afscheid van haar levenswerk, en de eerste column als rondgaande schrijfster.

 

-000-

 

Ja, het tuinvrouwtje broedt op plannen om haar boerderij en tuin te verlaten

In 1982 kwamen mijn lief en ik met zoon en dochter hier wonen. De kinderen gingen naar de basisschool in Exel. Het was veel fietsen en ver van alles, maar we kregen pezige beenspieren en waren jong en gezond.

Met veel energie in mijn lijf begonnen we met moesland en de bloementuin. In het begin wisten we niet waar we tegen vochten, maar kweekgras, distels, hondenpollen, brandnetels en haneklauw waren de namen. En ze bloeiden zo mooi en zaaiden zich sneller uit dan dat je kan werken. Maar plezier, dat gaf het. In de tuin werken zit mij in het bloed. Het werd mooi en geordend, maar niet keurig. Dat gaat gewoon niet als je zo buiten woont en je wilt alles zelf doen. Ik vond dat ik het aardig onder controle had en begon ieder jaar op 1 april weer met een frisse start van voor naar achter.

Zo ga ik dat, nu in 2018, ook doen. En het is voorjaar dus maar op het eerste terras de voegen schoon en vegen en lekker in de zon de koffie. De keukenhoek tuin is ook klaar. Tjonge wat ligt het er weer deftig bij! En het egeltje lag nog lekker te slapen onder haar dekentje van bladeren in de volle zon. Dat gerommel om haar heen vond ze toch niet geweldig want vanmorgen was ze verdwenen. De heel zware potten staan ook op hun plek. Niet te tillen maar op een kartonnen plaat rolde het zo over het grint naar de plek. Ze staan mooi en de oost-Indische kers kan gezaaid worden. Mooi weer is het en ik kruip door de tuin. Almaar onkruidjes plukken voordat die veldkers zijn zaadjes rondstrooit. Het is heerlijk om te werken en ik heb al een leuk stuk klaar.

Het zou nog paar dagen mooi weer zijn, nou misschien haal ik dan het einde wel van de zeventig stappen border. Hoewel, ik heb nog maar een kant tot het midden gedaan! Dan vliegen mijn gedachten! Verleden zomer zo hard gewerkt om al die wortels van kweekgras eruit te krijgen. Alle planten nog eens scheuren en er weer in zetten. Toen niet te zien wat het moest worden, maar nu al wiedend zie ik dat ze al tot hele pollen zijn gegroeid. Het werk gaat snel en makkelijk.

En dan ga ik het verlaten nu ik het net voor elkaar lijk te hebben. Ai, het maakt me toch aan het huilen.

Gijs moet weer aan het werk, maar zijn programma doet het niet goed en ik krijg het niet voor elkaar. Dus mijn zoon er even bij gehaald. Zo nu moet het lukken.

Is het zondagmorgen en ik denk nog even tien minuten te kunnen liggen. Ik hoor een gezoem buiten; nog nooit zo rap mijn bed uit, en ja hoor! Gijs aan het werk. Ik roep naar hem ben je belazerd op zondag, je vrije dag en al helemaal niet zo vroeg. Je mag pas om twaalf uur beginnen. Morgen zelf maar weer eens bekijken hoe dat moet en anders bel ik de dealer voor de oplossing!

Het blijft warm, erg warm. De regenbuien blijven uit en de planten hebben dorst. Ja, maar van die Brian uit het hoge noorden mag je ze niet gieten, daar worden ze maar lui van. Ik denk dat als ze binnen een week geen water krijgen dat ze voor altijd lui zijn, dood dus!

Het is ook nog nooit zo warm geweest in het voorjaar sinds begin van de vorige eeuw. Het enige voordeel van dit weer is dat alle kleine onkruidjes hartstikke dood liggen van het schoffelen zes weken terug. Nu is de rand langs het weiland mooi kort en zwart, voor zolang als het duurt.

De rode wilde klaprozen bloeien en de hemerocallissen beginnen. Een spektakel van kleur, als ze maar een buitje regen krijgen. Die vier borrelglaasjes vol was niks vergeleken met die code oranje buien die over de rest van het land trokken. De regenbuien en overstromingen waren allemaal elders.

Fijn wonen in de Achterhoek! Enkel mooi weer en droog! Ondertussen ben ik mijn tuin rond geweest met schoon wieden. Schoon en volop in bloei voor de nieuwe eigenaar. Ik hoop dat hij en zijn vrouw net zoveel van mijn bloemetjes gaan houden. De zomer is begonnen ...

Tuinvrouwtje.

2018(C) Tuin verlaten. Ria Wittenberg.

 ------------------------

 

Mari wil uit fietsen

Het is een prachtige zondag in oktober. Na een hete zomer een Indian Summer er achteraan. Ik ga op de fiets de draad weer oppakken en eens goed om me heen kijken. De prachtig rood kleurende Amerikaanse eik. Hun silhouetten tegen een staalblauwe hemel brengen me in verrukking.

Overal hangen de struiken vol bessen. In de tuinen de hulst en langs de weg zag ik overvolle rode lijsterbessen. Ach, ik had ook zo’n boom in de tuin!

Ik ontdek nu een andere kant van onze gemeente. Hoewel de jeugdplek waar ik opgroeide niet zo ver weg is weet ik toch niet de namen van de wegen. Maar dat komt.

Ik bekijk de diverse stalletjes langs de kant van de weg. Een kar vol prachtige kalebassen. Vooral die fleskalebassen vind ik mooi en ik neem er enkele mee om weg te geven.

Walnoten om weg te geven, staat er op een groot bord. Andere die wel tachtig walnoten voor een euro aanbieden met een uitroepteken bij tachtig! Twintig jaar terug was ik bij een oud boertje en werden soortgelijke uitgeteld voor een cent per stuk! Kom ik op 220 stuks? Het verschil is wel heel erg groot.

Iedere week neem ik conference peren mee waar vrije gift bij staat. Mooi gesorteerd op gaaf fruit zonder plekken. Het doet me denken aan mijn vroegere drie perenbomen. Wat een fruit rapen elke dag. Krijg je echt wel een kromme rug van, en dan maar schillen, de hele middag. Ja, winterdag had je er plezier van, zo kant en klaar je compote en appelmoes uit de vriezer.

Nu als ik langs kom zie ik de rotte peren liggen. En de opoe’s van vroeger die op een bankje voor het huis in de zon peren en appels zaten te schillen bestaan niet meer. De oma’s werken nog buiten de deur en anders zijn ze aan het oppassen op klein grut bij een volgende generatie.

En wat een eikels liggen er onder de bomen. Het fabeltje van een strenge winter op komst gaat niet op? Het ligt er toch aan hoe in het voorjaar de nachtvorst voor de vruchtvorming was?

Ik draai op de weg terug om te lezen wat het bord bij een fors stalletje te vertellen heeft. Er liggen diverse soorten appels en peren. Rode ster appels en mooie grote gele waarvan ik de naam niet weet. De meneer die er woont komt aangelopen. “Zo, u bent ook vroeg op pad, zal ik u uitleggen wat er ligt?”. Hij woont er nog niet zo lang en we hebben een leuk gesprek. Over fruit, over werk, zijn gezin en waar hij vandaan komt. Ik vertel waar ik gewoond heb. Van het buitenaf wonen, hoe je daarvan kunt genieten. Ja, dat weet ik maar al te goed! Hij stelt zich voor en we geven elkaar een hand. Dan zegt hij: “Neem zoveel mee als u wilt”. Ik pak vier van die mooi gele appels en bedank hem. Een zandweg verder ben ik al zo vaak geweest. Langs het Twentekanaal fiets ik terug. Een hele kolonie ganzen op het water en ik blijf er geboeid naar kijken. Hier staat ook de sassefras. De bijzondere bomen die bijna nergens in Nederland voorkomen. Zij verkleuren tot in het paarse!

Terug schil ik de mooie gele appel en ben benieuwd hoe hij smaakt. Hij is knapperig en fris zuur. Heel sappig. Nu nog de naam...

Tuinvrouwtje. Okt. 2018. Ria Wittenberg.  

Naar boven

meer

 

 

 

14
Oct
ZOMERTEMPERATUUR in HERFST
14
Oct
Een opmerkelijke tuin - Blik op de Tuin no. 923