Groentips & Groeninfo

Planning en voorbereiding van de moestuin

Inleiding

Groenteteelt voor eigen gebruik moet goed doordacht worden opgezet. Want meestal is er slechts een klein stukje grond beschikbaar. Het is zaak om van te voren te bedenken welke gewassen je wilt verbouwen en wanneer deze gezaaid respectievelijk geoogst kunnen worden. Je kan bij de keuze van de groenten die je wilt kweken, rekening houden met de samenstelling van je tuingrond. Ook moet je wisselteelt toepassen: niet altijd dezelfde soorten groenten op dezelfde grond, maar afwisseling van bijv. bladgroenten, wortelgroenten, bonen en vruchtgroenten.

Daarnaast zul je de grond moeten gaan verbeteren: door humus, compost en organische mest (mogelijk kalk en later andere meststoffen). Dat principe blijft op alle gronden hetzelfde. Het is noodzakelijk om iets meer af te weten van de grondsoorten en de rol van humus. Je kunt grondmonsters nemen van de grond in je moestuin. Soms kun je die gratis laten analyseren bij een groter tuincentrum of bij een kweker. Je kunt ook zelf testjes doen om te bepalen met wat voor een grond je te maken hebt. Verder is de standplaats ook van belang om succesvol groente- en andere gewassen te kunnen kweken.

De juiste grond

Groenteplanten groeien in de koude grond het beste in een natuurlijke minerale of humusgrond. Voor een ongestoorde groei is het noodzakelijk dat de grond voldoende lucht, warmte en water bevat zodat er voortdurend voldoende oplosbare voedingsstoffen aan de wortels kunnen worden afgegeven.

Er zijn ruwweg drie soorten grond te onderscheiden: lichte grond, middelzware grond en zware grond. Natuurlijk zijn er ook mengvormen. Lees meer daarover in "Grondsoorten".

Zandgrond is makkelijker te bewerken, maar als de grond onvoldoende humus bevat, droogt de grond sneller uit. Je moet vaak besproeien bij de start van het groeiproces en bijmesten.

Lichte en middelzware grondsoorten zijn het best geschikt voor groenteteelt. Ze worden snel warm en kunnen na regen snel worden betreden. Hierdoor kan de grond ook eerder worden bewerkt.

Zware leem- of kleigrond of veengrond zijn bij een goede voorziening met meststoffen en kalk ook geschikt voor de teelt van groente en fruit. Een nadeel is dat deze grond moeilijker te bewerken is, langzamer opwarmt en de neiging heeft om bij regen dicht te slaan. In alle gevallen moet je niet lopen op grond die je bewerkt. Dan sla je de grond dicht. Zaaibedden moeten qua omvang zo zijn dat je vanaf zijkanten kunt zaaien, wieden en oogsten. Ruime paden zijn belangrijk voor toegankelijkheid van licht en lucht en de bereikbaarheid.

Zaad en zaadontsmetting

Goed zaad is niet goedkoop. Vaak is er een houdbaarheidsdatum aangegeven tot wanneer het kiemkrachtig blijft. Voorwaarde is wel dat het zaad op een koele en droge plaats wordt bewaard. De meeste zaden gaan meerdere jaren mee.

Je kunt testen of het zaad nog kiemt door een beetje voor te kiemen en anders zaai je gewoon nog eens op een later tijdstip. Met een zakje zaad kun je vaak - in een niet te grote tuin - meer jaren toe. Ook kun je zaad ruilen met anderen.

Er is aangetoond dat ontsmetting de eventueel op het zaad aanwezige schimmelsporen doodt. Meer hierover is te vinden in boeken over moestuinieren en op internet. Lees voordat je met ontsmettingspoeder aan de slag gaat goed de gebruiksaanwijzing. Raadpleeg een kweker die is gespecialiseerd in moestuinieren.

Voorkom bodemmoeheid

Bodemmoeheid treedt op als je verwante soorten zoals bijv. groene kool of spruitjes na koolrabi op hetzelfde stukje grond verbouwt. Je kunt niet knolgewassen jaar na jaar op dezelfde grond verbouwen. Het is het beste om een zelfde soort pas na circa vier jaar te telen.

Herhaalde beplanting zorgt ervoor dat bepaalde voedingsstoffen uit de grond verdwijnen. Ook sporenelementen in de grond worden volledig gebruikt. Verder blijven er oude wortels van de vorige lichting achter in de grond. Dit kan gaan rotten en ziektes (bijv. knolvoet, zwartnervigheid e.d.) veroorzaken. Schaf een goed tuinboek aan en probeer door een teeltplan de wisselteelt toe te passen. In een kasje kun je ook de grond "omruilen" met grond elders uit jet tuin.

Wisselteelt heeft ook te maken met de hoeveelheid meststoffen in de grond die goed zijn voor de opvolgende teelt. Bijv. kool moet je goed bemesten, maar bonen en wortelen veel minder. Verder steunen bepaalde plantencombianties elkaar. Bijv. uien en bieten en uien en wortelen. Een kruidenhoek moet arme (zand-)grond hebben.

Voorkom dat er bodemmoeheid optreedt. Doe je dat niet, dan zal de oogst achteruit gaan. De enige manier waarop je jarenlang dezelfde groenten kunt telen, is door deze te telen in bakken of grotere potten en deze grond elk jaar te vervangen door nieuwe grond.

Teeltopvolging

Hieronder verstaan we het telen van op elkaar volgende groentesoorten op dezelfde grond binnen een jaar. Bij voor- en nateelt worden twee soorten na elkaar geplant. Hierbij moet je de beide groentesoorten voor wat betreft hun eisen aan de bemesting en hun ontwikkelingstijd op elkaar afstemmen.

Mengteelt en combinatieteelt

Bij meng- en tussenteelt zaai of plant je groentesoorten in dezelfde rij. Bijv. radijsjes als vroege teelt en winterwortelen die later groeien en een redelijke ruime rijafstand willen. De meng- en tussenteelt heeft als voordeel dat de grond vrijwel gedurende de hele groeiperiode is beplant en daardoor wordt beschermd tegen teveel uitdrogen tijdens de zomermaanden. Een andere mogelijkheid is de teelt van snel groeiende vroege soorten met langzaam groeiende late soorten. 

Combinatieteelt is de teelt van meerdere groentesoorten op een bed naast elkaar of in afwisselende rijen. Hierdoor wordt de grond volledig benut.

Je kunt ook aan het begin van het seizoen plantjes kopen bij bijv. de Welkoop of op de markt en die oppotten en dan (als het gevaar op vorst is geweken) buiten uitplanten. Je spreidt dan je oogst in de tijd.

Voorteelt

Hoofdteelt

Nateelt

kropsla

prei

 

kropsla, spinazie

tomaten, komkommers

 

kropsla, spinazie

zomerkoolrabi

veldsla

kropsla

tomaten, komkommer
zomerprei
stambonen, erwten

veldsla, spinazie
groene kool, bieten
bloemkool, groene kool

tuinmelde

stambonen

spinazie, winterandijvie

spinazie

vroege koolrabi

kropsla

radijsjes

stambonen

bietjes

meiknollen

groene kool, spruitjes

 

Mest

Elk gewas heeft zijn eigen soort voeding nodig. Als je van plan bent een bepaalde soort groente te kweken, is het dan ook verstandig vooraf uit te zoeken met welke soort mest je het beste resultaat bereikt.

Mest moet worden onderscheiden van compost. Met compost verbeter je de bodemstructuur. Je krijgt meer wormen in de grond. Het organische materiaal wordt langzaam afgebroken en voedt daarmee de planten. Ook bindt dit organische materiaal vocht en meststoffen waardoor de groeiomstandigheden verbeteren.

Bij de meststoffen kun je kiezen uit kunstmest en organische meststoffen.

Kunstmest is een chemisch product, waarvoor bijv. aardolie nodig is. Het heeft als nadeel dat het snel oplost in de grond en dus voor een aanzienlijk deel met het grondwater de grond inzakt en niet ten goede komt de planten. Ook kent de samenstelling weinig variatie.

Daarnaast zijn er organische meststoffen die een herkomst hebben uit bestaand materiaal (bijv. verenmeel, beendermeel, kippenmest, afval van champignonteelt, zeewier, enz.). Soms worden die diverse ingrediënten bewerkt en gemengd tot een "alles in één-product". Organische stoffen hebben vaak als eigenschap dat ze hun werking geleidelijk doen, waardoor de plant meer profiteert. Door de herkomst zijn deze meststoffen gevarieerder in samenstelling (meer mineralen).

Voordat je de meststoffen toepast, is het zaak het kalkgehalte van je grond te (laten) analyseren. Je moet - als dat nodig is - eerst kalk strooien (bij voorkeur voorafgaand aan te verwachten regen) en pas later andere meststoffen.

Lees ook eens de volgende artikelen:
"Een hoge composthoop" - hierin staat beschreven hoe je een composthoop maakt.
"Bemestingsadviezen" - hierin is een overzicht opgenomen van een aantal organische meststoffen.

Naar boven

meer

 

 

 

14
Oct
ZOMERTEMPERATUUR in HERFST
14
Oct
Een opmerkelijke tuin - Blik op de Tuin no. 923
Menu