Diversen

Terugblik op de lezing van Pascal Jongen d.d. 29 januari 2018

Deze keer heeft Pascal ons een hele avond bezig gehouden met een alweer bijzonder boeiende lezing over Helleborussen. En kon hij op 29 januari nog zeggen dat de planten door de zachte winter erg vroeg al in bloei waren, op het openingsweekeinde (op 3 en 4 maart) van de kwekerij kon je zien dat erg veel planten plat in de tuin lagen door de vorst!

Heel kort samengevat heeft Pascal ons de weg geschetst die de Helleborus heeft afgelegd van wilde plant naar tuinplant.. maar een zo korte mededeling doet geen recht aan alles wat hij heeft verteld. Vandaar ..

Aan de hand van duidelijke foto’s is getoond dat er een 15-tal soorten Helleborus onderscheiden kunnen worden, waarvan alleen de Helleborus foetidus en de Helleborus viridis in onze streken in het wild voorkomen. Zij behoren tot de Ranonkelfamilie en vormen net als de meeste Ranonkelachtigen een wortelstok die kan worden gedeeld. Bij oudere planten moet soms van deze eigenschap gebruik worden gemaakt om de plant te verjongen. Het vermeerderen van Helleborus gebeurt door zaaien. Het zaad is in mei al rijp en dient dan direct te worden gezaaid omdat het zijn kiemkracht snel verliest. Overigens worden veel planten tegenwoordig opgekweekt uit weefsel, maar dat is geen garantie voor mooie en sterke planten.

In de loop van de ontwikkeling van de plant zijn de kroonbladen gereduceerd tot nectariën, de ‘bloembladen’ die wij zo mooi vinden aan de plant zijn eigenlijk de kelkbladen. Bij de anemoonvormige Helleborussen zie je vaker dat de kroonbladen zich terug-ontwikkelen.

De natuurlijke standplaats van Helleborus zijn bosranden, bij voorkeur op hellingen. Ze groeien doorgaans op de open plekken tussen de stammen waar in het voorjaar maximaal zon is en waar door de bladgroei in de zomer alleen gefilterd licht is. Helleborus groeit ook vaak op kalkhoudende grond, vandaar dat de plant relatief vaak in Zuid-Limburg in het wild gevonden kan worden. Een mooi voorbeeld daarvan is de helling achter de kerk in Malmédy.

Uiteraard is Pascal ook ingegaan op de verschillende bloem- maar ook bladvormen van Helleborus. Daarin is een enorme diversiteit, die van nature voorkomt maar ook door gericht kweken in de planten die voor de tuinliefhebber beschikbaar zijn. Dat kweken van Helleborus is geen sine cure. De bestuiving van de bloemen luistert nauw, dan moet het zaad na het oogsten worden gezaaid en de plantjes die opkomen zullen pas na 3 tot 4 jaar een bloem dragen. Dan pas weet je of de plant de gewenste kleur of tekening heeft, maar is het nog niet duidelijk of de plant dwerggroei gaat vertonen of een zwakke plant is, daar gaan jaren overheen. Een nieuwe kruising komt vaak in de loop van 8 tot 10 jaar tot stand.

De tuin-Helleborus is doorgaans een sterke plant die goed groeit op löss, waarbij een kalkgift op prijs wordt gesteld. Op kleibodem doet de plant het ook goed, in beide gevallen mag er extra voeding worden gegeven. De planten houden van goed doorlatende grond, maar bij extreme droogte moet water worden gegeven.

Desondanks kunnen ziekten optreden. Als de plant zwarte nerven vertoont bijvoorbeeld is de plant verloren. Dat is een virusaantasting die niet bestreden kan worden. Het enige wat de tuinman kan doen is de plant eruit halen. Dit virus wordt verspreid door luizen die aan de onderkant van het blad zitten. Luizen moeten dus worden bestreden, hoewel luizen zelf de plant geen schade toebrengen. Als de bladeren worden afgeknipt vlak voordat de bloemen uitkomen, komen de bloemen beter tot hun recht en is de kans op luis gering. De plant gaat nieuw blad vormen dat uitkomt tegen de tijd dat de bloei voorbij is. Als er vlekken op de bladeren zitten, moeten deze worden afgeknipt. De vlekken duiden op een schimmel.

Tenslotte heeft Pascal nog suggesties gedaan met welke planten de Helleborus mooi combineert, zowel met voorjaarsbloeiers als Hepatica, Brunnera en Daphne mezereum of D. odora, met zomerbloeiers als Hosta, Anemone of zomerbloeiende Cyclamen, in de herfst combineren zij mooi met Cimicifuga racemosa, Crocosmia (bijv. C. Emely McKenzie) of Fuchsia magellanica, in de winter staan Helleborussen mooi naast sneeuwklokjes (Galanthus), Eranthis Hyemnalis, en de winterbloeiende Cyclamen.

Al met al alweer een leerzame en gezellige avond, die de zin om in de tuin aan het werk te gaan wakker maakte, die ervoor zorgde dat we niet wanhopig een plekje zoeken voor een Helleborus maar niet weten hoe we die tot z’n recht moeten laten komen..

En als we het niet meer weten: een bezoekje aan Marni’s kwekerij volstaat om tot nieuwe oplossingen te komen!

Adrienne

Jaarvergadering, 26 maart 2018

Zoals ieder jaar werd er weer een jaarvergadering gehouden betreffende de activiteiten over het voorgaande jaar. 2017 was een jaar van succesvolle goed bezochte lezingen en activiteiten, de kas werd gecontroleerd en accoord bevonden. Marijke Lahaye had weer alles prima op orde. Het bestuur gaf weer opnieuw aan dat ze zonder steun van de leden niet kunnen.  Als afsluiting van de avond werd er een borreltje gedronken met een hapje erbij.

 

Het Bestuur

ontbijtwandeling van zo. 30 sept.

Om 10 uur was het verzamelen geblazen en er waren 22 Groei en Bloeiers plus Fer die de leiding had paraat. Onder het genot van spek en ei was er een video over het werk van Piet Berghs. Deze kunstenaar was ook aanwezig, omdat we op de wandeling zijn kunstwerk ‘De Lichtvanger’ zouden gaan tegenkomen.   De herfstzon zorgde al spoedig voor een aangename wandeltemperatuur. Door de mooie omgeving ging het richting Meers, want daar staat het kunstwerk. Het is gemaakt naar aanleiding van de twee grote overstromingen van Meers toen de Maas begin jaren ’90 zeer hoog stond. Een blok graniet van 23 ton waarin, in een trechter de Maas is gesymboliseerd en bovendien het licht kan invallen, juist op de momenten dat toen de Maas het hoogst stond en bovendien op de momenten dat de zon boven de keerkringen staat. Piet beantwoorde alle vragen die door de geïnteresseerde deelnemers gesteld werden.   Bij terugkomst op het punt van vertrek, was er nog een programmapunt: we hadden niet voor niets verzameld bij Brouwerij De Fontein .. er kwam nog een rondleiding door de brouwerij, een uitgebreide toelichting op het proces van water naar bier mèt een schuimlaag en mèt alcohol. Voor wie dat wilde was er een proevertje: een glaasje witbier van eigen vat. Tjonge, dat smaakte!    Op het bijzonder gezellige terras kon je dan nog neerstrijken en ik weet zeker dat wie dat heeft gedaan nog iets heerlijks heeft gegeten en / of gedronken, maar thuis wachtte mijn hondje en daarom ben ik zeer voldaan naar huis gegaan. Ik heb ervan genoten: een mooi programma, prachtig weer en een fijne wandeling in goed gezelschap .. Wat wil een mens nog meer?  

 

Adrienne

lezing van Guillaume Janssen 29 okt.

De aftrap van de ledenavonden na de zomer was in een nieuw gebouw en dat was even wennen. De zaal was prima maar de beamer had een nieuwe lamp nodig. De prachtige foto’s van de tuin van Guillaume en Caroline Janssen kwamen daardoor niet uit, maar dat betekende niet dat de spreker de mond gesnoerd was, integendeel, hij vertelde zo boeiend maar zo lang en zo veel dat er moest worden gevraagd om de pauze in te lassen en later om naar het einde toe te werken!   Een relevatie voor mij was, dat grassen niet alleen in de zon kunnen gedijen, maar ook in de schaduw. Natuurlijk kan het ene gras meer schaduw verdragen, maar toch, ook in (half-) schaduw kan je siergras aanplanten. Het mooie van siergras is volgens Guillaume, dat siergrassen opgaan in het geheel en datzij het plaatje compleet maken. 

Een siergras vraagt in het algemeen weinig aandacht en laat andere planten beter tot hun recht komen.   Er zijn siergrassen die in de herfst en winter het groen uit de stengels laten dalen, maar er zijn ook soorten die hun kleur behouden, zoals Carex en Festuca. Doorgaans blijven alle grassen in de winter mooi rechtop staan, tonen een mooi silhouet en geven dan structuur aan de tuin. Dat bleek ook wel uit de vele winterse beelden! Er zijn een 100-tal soorten siergras geschikt voor de tuin. Daarvan heeft Guillaume een aantal besproken en hun mogelijke plaats in een border getoond. 

Siergrassen kunnen dienst doen als bodembedekker, waar een siergras staat, komt weinig onkruid.   Siergrassen kunnen met andere beplanting worden gecombineerd, maar je kan ook een prairietuin aanleggen. In een prairietuin worden de planten zo dicht op elkaar gezet, dat er geen onkruid tussen kan groeien. De verhouding is ofwel een derde van de planten is siergras en twee derde van de planten zijn vaste planten, of omgekeerd, een derde deel is vaste plant en twee derden zijn siergrassen.   

Het onderhoud van grassen is heel eenvoudig: eens per jaar, februari-maart of zodra de planten beginnen uit te lopen, kunnen ze worden afgeknipt. Dan is de tuin heel even kaal, maar binnen een paar weken zijn de eerste groene punten al zichtbaar .. en begint het spektakel. Al met al zijn er een heleboel redenen gegeven waarom je siergras in de tuin een plaatsje kan geven!.   

Adriënne

Lezing met groen hebben we goud in handen

Terugblik op de lezing van Egbert Roozen d.d. 26 november 2018. Egbert Roozen is directeur van de Branchevereniging voor hoveniers en groenvoorzieners,VHG. In de loop van zijn voordracht heeft hij nadrukkelijk gepleit voor de term ‘groenprofessional’, omdat iedereen die werkt met en in het groen bijdraagt aan het behouden van een leefbare wereld. Dat verklaart ook de titel van zijn voordracht ‘Met groen heb je goud in handen’.  
Een probleem dat is aangekaart is, dat weliswaar veel mensen vinden of zeggen dat ze vinden dat het heel belangrijk is dat er veel groen is, maar dat in feite een stenen leefomgeving wordt toegepast, zoiets als ik kan er in mijn eentje toch niet veel aan veranderen, ik heb niet veel tijd om in de tuin bezig te zijn, dus moet mijn buurman maar zorgen voor het groen’.  

Die gedachte wordt dan nog gevoed door de reclames van tuincentra die de buitenkeuken op een fraai terras voorstellen als ideaal, de trendy verlenging van de woonkamer waar je plaats moet hebben voor een lounche-set (niet op het gras). Een tuin wordt gezien als tijdrovend, het openbaar groen als plaats waar je de hond uitlaat.  
De missie van de directeur van VHG ligt primair in de politiek, die hij moet overtuigen van de waarde zowel in termen van gezondheid van de bevolking als in termen van economie van ‘het groen’. En er is een verandering in de benadering van de overheid waarneembaar. Tien jaar geleden was de groene ruimte louter decoratie (met beheerskosten als belangrijkste factor), nu wordt er ook (positieve) waarde aan groen toegekend. 

Het voorbeeld van de overheid en reglementering vanuit de overheid (bijvoorbeeld subsidie voor groendaken, subsidie voor het loskoppelen van de regenpijp) zullen moeten bijdragen aan de leefbaarheid van de steden waar veel mensen op een kluitje wonen en zowel het water als bomen en planten in de knel komen.   

De overheid maar ook de individuele mensen zijn door de droogte van de afgelopen zomer en door de rapportages omtrent de klimaatverandering door feiten op het belang van groen gewezen. Een en ander heeft al geleid tot een bestuursakkoord en er zijn al diverse projecten zoals ‘Operatie Steenbreek’.   Een van de mogelijkheden die VHG heeft, is het aansturen van de leden-hoveniers met behulp van het handboek ‘De levende tuin’, waarin elementen die in een tuin of openbaar groen of beplanting binnen kantoren terug te vinden zijn, zoals voedsel-dieren-energie-water-bodem. Dit handboek is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en er is ook aandacht voor de gezondheidseffecten van groen en de economische baten. 

Het handboek geeft de hovenier de mogelijkheid om gevolgen van keuzes aan te geven en op die manier de keuze te beïnvloeden. Het handboek is ook aan de gemeentes toegestuurd, die hun openbaar groen moeten beheren en die bij nieuwbouw ook groen moeten integreren. Een voorbeeld zijn blinde muren die met planten zijn bedekt of een gebouw waarbij de planten aan de buitenkant op balkons staan. Niet alleen de groenprofessional maar ook de burgers moeten betrokken worden bij het vergroenen van de omgeving. Veel gemeenten hebben in de collegeprogramma’s groen en burgerparticipatie opgenomen, maar vaak is de kennis wegbezuinigd en malen de ambtelijke molens traag. Toch is de gemeente belangrijk als het gaat om het in stand houden van een burgerinitiatief: zodat niet het parkje een wildernis wordt omdat de kartrekkers zijn verhuisd. 

Dat betekent dat er goede afspraken moeten worden gemaakt en dat kennis vanuit de burgers moet komen.  
Bijvoorbeeld de leden van Groei en Bloei, de opa’s en oma’s die de kleinkinderen laten zien hoe fijn het is om met de handen in de aarde te zitten. Want de kinderen van nu die met groen spelen zijn de groenprofessionals van morgen, die zullen zorgen voor een leefbare toekomst.  

Adriënne

Kerstbloemschik demo

Dit jaar werd de bloemschikdemonstratie verzorgd door Marleen Rovers en haar ‘assistente’ Christina. Het was spijtig dat er toch vrij weinig belangstellenden de zaal aan Stegen 35 in Beek hadden gevonden.
Het was heel gezellig (in de pauze was er kerstbrood en koffie en thee, chocolade om je vingers bij af te likken, en praten! ) De ideeën van Marleen waren heel inspirerend, tenminste, ik heb het gevoel dat ik thuis iets verrassends kan gaan maken met wat ik heb gezien. Zowel stukken voor op de tuintafel als op de salontafel passeerden de revue. Een stuk berkenstam dat was afgeplat en waarin een holte was gemaakt, werd gevuld met een mooie orchidee en wat kersttakken.
Opvullen kan je best met mos doen, dat blijft mooi, heeft niet veel water nodig en ook in de schikking op een tuintafel heel handig: het bevriest niet snel, maar is dan gauw ontdooid en komt dan ook weer bij. Totaal tien stukken zijn er gemaakt en die zijn ook allemaal verloot.

Tien gelukkigen zijn met iets origineels naar huis gegaan (waaronder de jarige, dat is wel heel mooi, nog van harte proficiat!) en wie niets gewonnen had, moest het doen met een gezellige avond en wellicht met ‘weer wat geleerd’!

Adriënne

meer

 

 

 

22
Oct
Herfstbloeiers
21
Oct
De wereld op zijn kop…