Groentips & Groeninfo
Groenblijvende heesters en coniferen


Groenblijvende heesters en coniferen worden meestal na de langste dag gesnoeid. De sterkste groeiperiode is dan achter de rug en er kan meestal volstaan worden met een snoeibeurt per jaar.


Als er na september nog gesnoeid wordt kan het gebeuren dat nieuwe scheuten bij de eerste nachtvorsten bevriezen.


Groenblijvende heesters verdragen snoei heel goed. Het is goed mogelijk om het gehele seizoen waar nodig storende takken weg te knippen. Lelijke struiken kunnen geheel teruggeknipt worden.


De Skimmia kan, als hij te groot is geworden, geheel verjongd worden door in een periode van 3 jaar steeds 1/3 gedeelte van de takjes diep weg te knippen.
Coniferen, zoals Chamaecyparis en Thuja zijn schubconiferen. Deze soorten moeten zoveel mogelijk hun natuurlijke groeiwijze behouden. Regelmatig sporen houdt ze in vorm. Het sporen gebeurt met een scherp mes of snoeischaar. Nieuwgegroeide scheuten worden teruggeknipt maar nooit tot op het oude hout. Gedurende de maanden april tot augustus kunnen ze in vorm gesnoeid worden.
Rigoureus terugsnoeien van schubconiferen is niet mogelijk doordat er geen slapende ogen op het oude hout zitten. Snoeien tot op het oude hout betekent in dit geval dat de tak hier niet meer uitloopt.

Platgroeiende coniferen kunnen ingekort worden door takken diep weg te knippen. Het is de bedoeling dat andere takken over de snoeiplaats heen zullen groeien en de snoeiplaats camoufleren. Platgroeiende coniferen mogen nooit met de snoeischaar langs de buitenkant recht afgesnoeid worden. Gebeurt dit wel zal de conifeer zijn natuurlijke groeiwijze niet meer terugkrijgen.

Naaldconiferen verdragen snoei wel goed. Taxus en Juniperus kunnen zelfs in vorm gesnoeid worden. Deze coniferen hebben wel slapende ogen en snoei activeert deze zodat de plant zich goed hersteld.

Naar tips voor de siertuin..

Home..